Hoe kun je de kansen die een ontwerpende aanpak biedt, beter verbinden aan de complexe maatschappelijke vraagstukken die spelen binnen de overheid? Die vraag staat centraal bij Loket Ontwerpkracht, dat sinds vijf jaar ontwerpers verbindt aan City Deals en Town Deals. Maar het is ook het uitgangspunt van programma de Publieke Ontwerppraktijk (PONT) dat twee jaar geleden door het ministerie van OCW is opgezet en waarvan ik de programmaleider mag zijn.
PONT, waarvan de uitvoering in handen is van de Dutch Design Foundation en ClickNL, gaat haar derde jaar in. Onze impactversterker Femke de Boer heeft het afgelopen jaar een reflectie gedaan op het initiatief Loket Ontwerpkracht. Daarmee kan Agenda Stad weer stappen zetten en bijsturen. Ik geloof dat die adaptiviteit cruciaal is. Want mijn overtuiging is dat je niet op voorhand een analyse kunt maken van de complexe opgaven van vandaag en morgen en kunt zeggen: ‘dit is de oplossing en we gaan het lineair realiseren’. De opgave verandert continu. Je moet stappen zetten en tegelijk blijven leren. Daarom kozen we er bij PONT bewust voor het programma niet dicht te timmeren, maar om zowel het programma als onszelf continu opnieuw te bevragen en onze koers aan te scherpen. Dat vraagt om een houding waarin ruimte is voor leren en bijsturen.
Ik zie binnen de overheid een groeiende bereidheid om anders te werken. Daarbij blijft de systeemlogica een heikel punt: verantwoordingsstructuren, tempo en politieke realiteit maken het organiseren van iteratief leren complex. Met ons programma ontwikkelen we de kennis en kunde voor ontwerpers om beter te navigeren in die context, en voor ambtenaren om hen te laten ervaren wat het betekent om onzekerheid productief te maken.
Komend jaar werken we verder aan opschaling en borging via ontwerpnetwerken binnen de overheid, door gezamenlijke leertrajecten en coalities rond concrete opgaven te realiseren met een expliciete koppeling terug naar het Rijk. Dat is cruciaal, want zonder die verbinding blijft vernieuwing kwetsbaar.
Er zijn veel parallellen tussen onze leerreis met PONT en de ervaringen met ontwerpkracht en het uitdagen van patronen en werkwijzen zoals Agenda Stad dat doet in City Deals en Town Deals. Beide onderzoeken we hoe je leren organiseert in een systeem dat gericht is op beheersing.
Een belangrijk inzicht dat we tot nu toe met PONT hebben opgedaan is dit: ontwerpkracht vraagt geen aparte plek naast beleid, maar betekent op een andere manier beleid maken. En dat zou zomaar een overeenkomst kunnen zijn met wat Loket Ontwerpkracht bij Agenda Stad beoogt. Werken aan complexe maatschappelijke opgaven is per definitie work in progress.
In deze special vertellen ontwerpers en projectleiders van City Deals welke lessen en inzichten de inzet van ontwerpkracht hen gebracht heeft. Veel leesplezier!
Nynke Tromp
Programmadirecteur PONT
Afbeelding: Nynke Tromp in gesprek met deelnemers aan het leertraject Introductie Publieke Ontwerppraktijken.
Volg ons:
Delen:
Structureel terugblikken en vooruitkijken met het evaluatiekoffertje
De City Deal Impact Ondernemen richt zich in haar laatste jaar op borging en zet daar ontwerpkracht bij in. Projectleider Edwin Teljeur maakte kennis met social designers Kristel Kerstens en Jessy van Os van KO, een social design bureau in Rotterdam. Zij ontwierpen een ‘evaluatiekoffertje’ waarmee Teljeur met alle zeventig partners van de City Deal de diepte in kon: “Er gebeuren heel mooie dingen.”
Afbeelding: Jessy van Os (midden) van KO Social Design in gesprek met City Deal-partners tijdens de CoP over Ontwerpkracht in 2025. Foto: Paul Tolenaar.
Eerlijk gezegd was er wel wat koudwatervrees bij projectleider Edwin Teljeur toen hij hoorde over de mogelijkheid van ontwerpkracht: “Ik had in een eerder stadium van de deal tot een samenwerking willen komen, maar toen lagen de ontwerper en ik te ver uit elkaar wat betreft onze ideeën.”
Verbeeldingskracht
Afgelopen jaar lagen de kaarten anders. De City Deal Impact Ondernemen ging haar afrondende fase in en ineens was daar ‘een heel mooi haakje’. Teljeur: “We wilden graag met alle zeventig partners in gesprek om hen te bedanken, informatie op te halen over hun ervaringen en hen in beweging te krijgen voor de periode na afloop van de City Deal. Daar hadden we wat hulp bij nodig.” En toen was daar precies op het goede moment in juli vorig jaar de bijeenkomst van de Community of Practice (CoP) van Agenda Stad over de kracht van een ontwerpende aanpak. Deelnemers konden er kennismaken met verschillende ontwerpbureaus, waarna ze in deelsessies tijdens praktijktafels met ontwerpers in gesprek gingen over vraagstukken uit de praktijk van hun City Deals.
Tijdens de COP kwam Teljeur aan tafel te zitten bij Jessy van Os van KO social design. Al snel was er een klik, vertelt Teljeur: “Ik begon beter te begrijpen wat ontwerpkracht voor ons kon betekenen.” Van Os: “Ik kan me herinneren dat Edwin in het begin een beetje sceptisch was. Dat veranderde door alle vragen die gesteld werden door de ontwerpers bij de praktijktafel van de CoP. Ze hielpen om op een andere manier naar de vraag te kijken. Edwin bleef ons vragen om het concreet te maken. Prikkelende vragen alleen zijn niet genoeg. ‘Maar wat heb ik daar dan aan?’ wilde hij weten.Hij wilde vooral weten hoe onze verbeeldingskracht een rol kon krijgen in de afronding van de City Deal."
Afbeelding: Edwin Teljeur
Op pad met het evaluatiekoffertje
Teljeur: “Wij wilden de beweging van de afgelopen vijf jaar zichtbaar maken. Dat wilde ik van de partners horen en daar heb je goede vragen voor nodig. Ik wilde zeventig gesprekken gaan voeren, maar hoe doe je dat professioneel? Dat kost veel tijd en veel geld. Dat moet wel wat opleveren.”
Van Os: “Edwin vroeg ons aanvankelijk om het verbeelden van de resultaten, in de vorm van een praatplaat. Na een paar gesprekken en doorvragen begrepen we dat hij daarnaast een structuur wilde voor de gesprekken die hij ging voeren, zodat de resultaten ook waardevol waren voor hem en zijn gesprekspartner. Hij wilde de partners vragen welke onderdelen ze graag wilden borgen en welke zij zelf zouden willen oppakken. Toen hebben we voorgesteld om met behulp van een evaluatiekoffertje het gesprek aan te gaan, met als doel om vijf jaar samenwerken zorgvuldig af te ronden, met een gestructureerd gesprek dat terugblikt en vooruitkijkt.”
Volgende stap
Het ‘evaluatiekoffertje’ is niet een echt koffertje, maar een tool die bestaat uit vijf visuele praatplaten die het verhaal van de City Deal vertellen (met vragen als: hoe ontwikkelde de City Deal zich? Welke activiteiten zijn er gedaan? Welke thema’s stonden centraal?) en een compact vragenboekje dat dient als gespreksleidraad. Dat bevat gerichte reflectie- en vooruitblikvragen en sluit af met een 'actiebereidheidsvraag': wat wil en kun jij verder brengen als de City Deal stopt? Teljeur: “Ik merk dat de gesprekken heel vloeiend en automatisch gaan door de vragen en de gespreksleidraad. Dat zorgt ervoor dat ik in anderhalf uur in alle rust samen met een partner kan reflecteren. Heel prettig is dat.”
Teljeur vertelt dat hij nu zo’n 45 gesprekken gevoerd heeft. Hij lacht: “Mijn werkweek bestaat sinds half december voor negentig procent uit deze gesprekken. Nog 25 te gaan. Ik kijk ernaar uit.” Hij ziet inmiddels wel een lijn ontstaan in wat hij terughoort in de gesprekken: “Partners zijn het met elkaar eens dat impact ondernemen zoals wij dat de afgelopen vijf jaar hebben ingestoken, niet meer lang houdbaar is. De uitdaging ligt nu in hoe we dit type ondernemen in het reguliere MKB tussen de oren gaan krijgen, zodat het in de toekomst geen ‘impact onderneming’ meer is, maar ‘ondernemen met impact’. Ik zie dat onze partners door die gesprekken het gevoel hebben gekregen dat het tijd is om die volgende stap te zetten.”
Afbeelding: een impressie van de praatplaten en opdrachten uit het evaluatiekoffertje.
Schoolrapport
Kristel Kerstens vult aan: “Het evaluatiekoffertje is een reflectietool, maar ook een participatietool.” Toch gebruikt Teljeur niet alles meer van het koffertje: “Het boekje zelf vul ik niet meer in. Bij twee gesprekken kreeg ik terug dat het op een schoolrapport leek. Ik neem het wel mee in het gesprek, en houd de volgorde van de vragen aan. De plaat met de verschillende thema’s en de activiteitenplaat gebruik ik graag. Dat is lekker concreet om over te praten. Ook de plaat met een set afbeeldingen die mensen kunnen helpen hun ervaringen onder woorden te brengen, gebruik ik graag. Mensen kunnen er afbeeldingen op aanwijzen om hun persoonlijke ervaring te omschrijven en woorden te geven aan wat de samenwerking voor hen betekende. Die laat ik het hele gesprek op tafel liggen.”
Van Os: “Dat is ook onze ervaring: visuele prikkels helpen om op nieuwe gedachten te komen of de juiste woorden te vinden.” Kerstens: “Omdat het snel af moest, was er geen tijd meer om ons ontwerp te testen. Stel dat we dit door gaan ontwikkelen, dan zullen we natuurlijk kritisch kijken naar dingen die minder goed werken zoals het invullen van het boekje.”
Vertrouwen
Van Os en Kerstens ervaren de samenwerking beiden als heel positief. Kerstens: “Edwin heeft ons veel vertrouwen gegeven. Daardoor konden wij de dingen doen waar wij goed in zijn. Hij was duidelijk als hij iets niet wilde, maar deed dat onderbouwend. Zo snapten wij beter wat erachter zat en konden we het aanpassen. Het was een goede, mooie, veilige samenwerking.” Van Os vult aan: “Je hebt het meeste aan ons als wij vroeg ingevlogen worden, omdat we onze ontwerpkracht dan strategisch kunnen inzetten. We gebruiken ontwerp dan niet alleen om oplossingen te bedenken, maar als manier om complexe vraagstukken te begrijpen, richting te bepalen en gedragen keuzes te maken. Zo helpt het om vanuit echte behoeften van mensen en praktijk te werken, waardoor beleid, diensten en strategie beter aansluiten en effectiever worden. Het is voor ons waardevol om te merken dat er aan het einde van een City Deal ook nog veel waarde zit.”
Teljeur: “Het op deze manier voeren van gesprekken is arbeidsintensief, maar ik zou dit iedereen aanraden. Ik had deze opbrengst nooit gehad zonder deze gesprekstool. Dan zou ik meer wenselijke antwoorden hebben gekregen en mijn gesprekspartners zouden zich minder serieus genomen hebben gevoeld. De gesprekken hebben nu meer diepgang gekregen. Daardoor gebeuren heel mooie dingen.”
Benieuwd
Inmiddels heeft Teljeur een nieuwe vraag uitstaan bij KO: “Op 8 april zijn we één van de organisatoren van het Social Enterprise Overheidscongres in Deventer. Dit zal in het teken staan van de feestelijke afronding van de City Deal. We willen natuurlijk dat de City Deal daar een onvergetelijke indruk achterlaat op de 300 aanwezigen, dus daar kan ik de verbeeldingskracht van KO goed bij gebruiken. Als het vertrouwen er niet geweest was, had ik deze vraag nooit aan ze gesteld. Ik ben heel benieuwd hoe het gaat worden.”
Afbeelding: het werkboekje dat dient als gespreksleidraad
Auteur: Marianne Lamers
Volg ons:
Delen:
‘Ontwerpers trekken ons van de loopband af’
De Town Deal Krachtige Kernen zette ontwerpkracht in tijdens de verkenning en de opstart van de deal. Programmaleider Willemien Vreugdenhil en dealmaker Henk Jan Bierling gaan in gesprek met ontwerpers Paulien Kreutzer van bureau Stby en Jan Belon van Afdeling Buitengewone Zaken. Hoe ervaren zij de samenwerking tot nu toe en wat heeft ontwerpkracht opgeleverd?
Afbeelding: Willemien Vreugdenhil. Foto: Jantine van Steenbergen.
Het is gevoelige materie, het thema van de Town Deal Krachtige Kernen. Elf kleinere gemeenten en het Rijk werken samen aan nieuwe manieren om met maatschappelijke spanningen om te gaan. Door van elkaar te leren en verhalen te delen, bouwen ze aan meer vertrouwen en verbinding in kleine en middelgrote gemeenschappen. Wat kan je doen om het vertrouwen van burgers in de overheid weer terug te winnen?
Frisse blik
Bij een thema dat gaat over maatschappelijke onrust, is het belangrijk om ook bestuurders goed aan te haken. Het idee voor een diner voor bestuurders kreeg tijdens de verkenning van de Town Deal in 2024 langzaam vorm, maar hoe doe je dat bij dit thema op een efficiënte en onderhoudende manier? Die vraag was in de zomer van 2024 de reden voor dealmaker Henk Jan Bierling om Loket Ontwerpkracht op te zoeken. Dat resulteerde in een ontmoeting met ontwerpers Bjørn van Raaij van bureau Zeewaardig en Jan Belon van Afdeling Buitengewone Zaken.
“Dat eerste gesprek was best spannend. Want we waren nog zoekende naar wat in deze verkennende fase van een Town Deal de meerwaarde van ontwerpers zou zijn”, vertelt Bierling. “We gingen samen op zoek naar wat we precies aan elkaar konden hebben in deze fase. Tegelijkertijd had ik ook het volste vertrouwen dat ik in gesprek ging met mensen die met een frisse blik zouden kijken naar waar wij met elkaar mee bezig waren, en dat dat ongelooflijk verhelderend zou zijn.”
Diner Pensant
Bierlings’ verwachting kwam uit: “Het hielp enorm dat we concreet hebben gekeken naar het idee van een bestuurdersdiner. Stel dat we dat zouden gaan doen, hoe geven we dat in deze verkenning vorm, wat kunnen we dan doen? Dat gaf iedereen direct energie.” Belon herinnert zich dat er meteen al veel inhoudelijke vragen waren. “Hoe kom je nou tot consensus op zo'n thema? Hoe ga je om met bepaalde dynamiek? Ook deelden we al een aantal concrete ideeën. Het geven van inspiratie is in zo’n eerste ontmoeting heel belangrijk: we hebben vaak te maken met ‘onbekend maakt onbemind’. Gelukkig was dat hier niet zo. Henk Jan was meteen enthousiast.”
De kennismaking resulteerde in een ‘Diner Pensant’ waarvoor Belon en Van Raaij de aanpak van de avond en een praatplaat ontwikkelden. Bierling: “Voor de kleinere gemeenten die nog weinig ervaring met Agenda Stad hadden, waren de gesprekken tijdens dat diner heel verhelderend. Hoe ziet zo’n samenwerking eruit, wat willen we samen bereiken, welke taal gebruiken we? Deelnemers waren enthousiast. ‘Wanneer is het volgende diner?’ werd er gevraagd na afloop. Juist in de startfase van een deal is het belangrijk dat er ook doeners met een zekere hands-on mentaliteit aan de slag gaan. Daarin kan ontwerpkracht enorm ondersteunend zijn.”
Afbeelding: Henk Jan Bierling
Gideonsbende
De tweede keer dat de Town Deal besloot ontwerpkracht in te schakelen, was tijdens de Community of Practice (CoP) van Agenda Stad vorig jaar zomer, voor betrokkenen bij City Deals en Town Deals. Tijdens die bijeenkomst stond de kracht van een ontwerpende aanpak centraal. Ontwerpers Belon en Paulien Kreutzer belandden er aan tafel met Bierling en programmaleider Willemien Vreugdenhil. Die laatste was meteen gecharmeerd van het idee om ontwerpkracht in te zetten: “Ik denk dat mensen die in City en Town Deals werken nieuwsgierig zijn en open staan. Ze rekken de grenzen van de manier van werken op. Een soort ‘Gideonsbende’ binnen het Rijk. Dat Loket Ontwerpkracht daar is geboren, verbaast me niet: dat past heel goed bij Agenda Stad.”
Afbeelding: Jan Belon. Foto: Marieke Odekerken
Belon: “Ik zie dat bij ingewikkelde vraagstukken ontwerpers een ontregelend effect kunnen hebben door te vertragen en te versnellen. Of door de vraag nog een keer te stellen: is dit wel echt het doel? Als dat helder is, is de volgende vraag: hoe gaan we het dan nu concreet maken? De eigenschap om snel te kunnen schakelen tussen abstract en concreet helpt om dit soort vraagstukken verder te brengen. Dat is wat ontwerpers vaak doen, waardoor het beweegt.”
Loopband
Vreugdenhil maakt de vergelijking met een loopband: “We zitten bij de Rijksoverheid op een loopband, helemaal verliefd op onze opgave, en we lopen maar. Ontwerpers trekken ons eraf. Zij zeggen: ‘Toets je aannames eens.’ Ze beginnen eigenlijk nooit met een oplossing: ze beginnen met kijken en luisteren en vragen stellen. Ik denk dat dat ook keihard nodig is. Als we kijken naar het vertrouwen in het openbaar bestuur, dan is dat nu nog 50% ten opzichte van 75% in 2000. Daar moeten wij iets mee als overheid. Dat die ontwerpers ons van die loopband aftrekken, vind ik een noodzakelijke interventie. Want het moet anders. Jan en Paulien helpen ons bewust te worden van aannames. Ze helpen ons het vraagstuk af te pellen, de vraag achter de vraag verder te krijgen.”
De Town Deal heeft Ontwerpkracht tot nu toe ingezet bij een aantal werk- en ontwerpsessies met gemeenteambtenaren waarbij het formuleren van vragen en aanpakken centraal stond. Vreugdenhil: “Ik weet nog dat iemand aan het begin aangaf graag het stille midden te willen bereiken, en er aan het einde achter kwam dat dat helemaal het doel niet was. Het doel is het vertrouwen herstellen in het contact van inwoners met de gemeente. Pas dan kunnen we het stille midden bereiken. Dat soort interessante dingen gebeuren er dan.”
Prullenbak
Ze geeft toe dat de start van het proces ook voor haar even wennen was: “Ik ben zo geconditioneerd door die loopband dat ook ik denk in concrete producten die we moeten opleveren. Toen die niet kwamen van Paulien en Jan, vond ik dat moeilijk. Ik weet nog dat Jan zei: ‘Ik kan deze offerte ook gewoon in de prullenbak gooien en zeggen: wij zijn zo lang voor jullie beschikbaar, punt. Wat zich ook gaat aandienen straks, daar gaan wij op aansluiten.’” Belon knikt: “Als de vraag nog niet duidelijk is, waar zeg je dan überhaupt ja op? Dat hebben we dus vrij snel overboord gegooid en gezegd: ‘Jullie kopen onze capaciteit in en we gaan samen kijken waar we het meeste waarde kunnen toevoegen.’ Ik denk dat dat het vraagstuk het meeste helpt.”
Kreutzer vult aan: “Dat vraagt van mij en Jan ook een bepaalde flexibiliteit. Om steeds weer op de juiste momenten aanwezig te zijn, en de juiste vragen te kunnen stellen. Soms zijn wij the fly on the wall, en soms komen we ook even de loopband op. Wanneer en hoe, dat is voor mij en Jan ook een zoektocht. Soms helpt het het vraagstuk om een ontwerpsessie te leiden en soms is het beter om alleen vragen te stellen: hebben jullie hieraan gedacht?”
Aha-momentjes
Langzaam ziet Kreutzer nu dingen veranderen: “Voor de gemeentes is dit natuurlijk ook spannend, maar ik ervaar in de sessies die we doen, steeds vaker kleine aha-momentjes. Ik zie dat gemeenten beseffen dat als zij een betere relatie willen opbouwen met hun bewoners, ze daarvoor met die bewoners aan de slag moeten. Ik zie in alle leerlijnen terug dat gemeenten zich steeds meer realiseren dat dat ook zit in de organisatie, in de manier van samenwerken, van overleggen en data verzamelen, in de manier van kijken naar je burgers.”
Vreugdenhil: “Het is als City of Town Deal natuurlijk wel belangrijk dat je een bedding creëert om ontwerpkracht te kunnen toepassen: dat partners ook snappen waarom je ontwerpers inzet. Dat doet me denken aan de rol van de hofnar vroeger. Waar anderen voor onder de guillotine eindigden, mocht de hofnar bepaalde dingen zeggen en doen, omdat dat zijn rol was. Dat is ook een beetje wat ontwerpers doen.” Belon knikt instemmend: “Ik denk dat het creëren van een omgeving waar ontwerpkracht kan floreren, fundamenteel is voor het succes. Dat creëert vertrouwen om open te staan voor iets nieuws.” Kreutzer valt Belon bij: “Ik denk dat dat ook een compliment is voor de leden van het kernteam. Zij staan open voor wat wij nodig hebben om succesvol te zijn. Op deze manier kunnen wij het meeste waarde toevoegen.”
Afbeelding: Paulien Kreutzer.
Auteur: Marianne Lamers
Volg ons:
Delen:
Ontwerpkracht als instrument om beter samen te werken
De City Deal Tijdloze Grachten zette ontwerpkracht in om de zeventien deelnemende partijen nog beter met elkaar te laten samenwerken. Abke Geels van ontwerpbureau Muzus introduceerde het Tijdloze Grachtenspel. Hierin zette Muzus ontwerpkracht in om deelnemers samen te laten reflecteren op hun eerste jaar van samenwerken. Samen met programmamanager Annemarij Kooistra blikt Geels terug op het spel en de samenwerking.
Afbeelding: deelnemers tijdens de eerste Grachtendag van de City Deal Tijdloze Grachten.
Ontwerpen: het is voor veel partners in de City Deal Tijdloze Grachten business as usual. Dat geldt ook voor programmamanager van de City Deal Tijdloze Grachten Annemarij Kooistra, van huis uit ingenieur in de gebouwde omgeving. Maar ontwerpkracht inzetten op sociale vraagstukken; dat was iets nieuws voor Kooistra. “Ontwerpen kunnen we wel, maar dat gaat over het fysiek ontwerpen van bruggen of de openbare ruimte. Muzus zet het in als instrument om samenwerking te ontwerpen. Dat gegeven an sich vond ik al heel boeiend.”
Ecosysteem
Via het Loket Ontwerpkracht van Agenda Stad benaderde Kooistra Muzus om mee te denken over een manier om de zeventien partijen die sinds het najaar van 2024 deelnemen aan de City Deal Tijdloze Grachten beter te laten samenwerken. Binnen deze City Deal innoveren partijen in (proef)projecten om kades, bruggen en werven te behouden of te renoveren. Het opknappen en vervangen van de sterk verouderde grachten en hun infrastructuur vraagt een intensieve samenwerking, vertelt Kooistra. “Je wil dat er interactie ontstaat en dat mensen met elkaar in gesprek gaan, dat het leidt tot een samenwerkingsverband. In plaats van mensen die elkaar af en toe ontmoeten en kennis delen, zien we graag dat alle partners met elkaar een ecosysteem en een netwerk worden om zo samen dingen te bereiken.”
Kooistra vervolgt: “Het gaat niet alleen om het behouden van grachten en het zorgen voor veilige bruggen en kades. Het gaat ook over het vergroenen van steden, de energietransitie en toekomstbestendig waterbeheer, en over het leefbaar en aantrekkelijk houden van binnensteden voor toekomstige generaties. Om nieuwe verbindingen te creëren, moet je uit die flow van business as usual.”
Afbeelding: Annemarij Kooistra.
Van zenden naar vragen
Het eerste jaar ging de samenwerking vooral over het delen van kennis en goede voorbeelden, maar na een jaar was er meer nodig, vertelt Kooistra: “We kunnen wel vier jaar lang onze verhalen gaan delen, maar we moeten ook een volgende stap gaan zetten. Hoe doen we dat? Daar moest de reflectiesessie over gaan. We wilden van zenden naar vragen.” Kooistra vroeg Abke Geels van Muzus, een ontwerpbureau dat zich richt op maatschappelijke transities en sociale vraagstukken, om een reflectiebijeenkomst te organiseren over het eerste jaar van de City Deal.
Geels dacht al snel aan een spelvorm, toen ze de vraag van Kooistra kreeg. Dat werd het Tijdloze Grachtenspel: “We wilden een reflectievorm waar je energie en enthousiasme mee naar boven haalt en waarbij je iedereen hoort. We ontwierpen een bordspel waarin je in twee teams tegenover elkaar zit en met elkaar een aantal vragen beantwoordt.”
Afbeelding: bootjes vol ambitie vouwen.
Het spelbord was de gracht, zelf gevouwen papieren bootjes dienden als pionnen: “Op het A4-tje waar ze de bootjes mee vouwden, mochten ze van tevoren invullen wat ze morgen al zouden kunnen doen: zo werden het bootjes vol ambitie. Ook mochten ze elkaar bevragen: wat heb jij uit dit jaar gehaald, en wat zijn de dingen die je al gebruikt? Wat maakt de grachten in jouw stad aantrekkelijk, relevant en uniek, nu en in de toekomst?”
Grachtendag
Door een andere vorm te gebruiken dan er ‘gewoon over te praten’, zag Geels andere dingen ontstaan: “Met een spelvorm maak je meer gebruik van de creativiteit van het brein, krijg je samenwerking en andere antwoorden. Omdat deelnemers onder tijdsdruk antwoorden moesten geven, hoorden we minder vaak sociaal wenselijke antwoorden. Deelnemers werden ook weer geïnspireerd door de antwoorden van anderen. Ze hoorden in heel korte tijd veel antwoorden, meningen en ideeen van elkaar.
Het is niet de eerste keer dat Kooistra samenwerkt met sociaal ontwerpers: “Toen we startten met de City Deal zijn we als onderdeel van een introductiemodule Ontwerpkracht samen aan de slag gegaan met de ontwerpvraag ‘hoe kunnen we goed samenwerken’? Dat was voor sommigen ongemakkelijk, maar er ontstonden hierdoor wel discussies en vragen over wat we wilden bereiken met elkaar. Het idee van een ‘Grachtendag’ werd toen geopperd, want de grachten verbinden ons ten slotte ook met elkaar.” De Grachtendag was geboren: “Nu komen we vier keer per jaar bij elkaar op een Grachtendag waarbij we iedere keer bij een andere partner op bezoek gaan.”
Afbeelding: Een prototype bouwen tijdens de Introductiemodule Ontwerpkracht
Kwetsbaarheid
Ook de inzet van ontwerpkracht bij de reflectiesessie leverde wat concreets op, ziet Kooistra: “De deelnemers zijn door het spel uitgedaagd om met elkaar in gesprek te gaan. Ik denk dat dat goed gelukt is. Als je samenwerkt, heb je een veilige en vertrouwde omgeving nodig om je kwetsbaarheid te kunnen laten zien, om een hulpvraag te durven stellen. Daarvoor moet je investeren in elkaar, elkaar leren kennen en begrijpen. Ik denk dat deze spelvorm zich daar goed voor leent.” De interactie en het programma op de Grachtendagen zien er na de reflectiesessie anders uit, vertelt Kooistra: “We bouwen de Grachtendagen nu op rondom een hulpvraag. Ik denk dat de deelnemers daar meer het belang van zijn gaan voelen door het spel dat ze met elkaar hebben gespeeld.”
De reflectiesessie leverde Kooistra ook een aantal lessen op. Zo zag ze dat sommige deelnemers het lastig vonden dat er geen concrete uitkomst was: “Mensen verwachten toch een soort conclusie op het einde: wat gaan we dan nu dus doen? Dat die er niet was, vonden mensen wat ongemakkelijk. Dat was ook niet het doel van de sessie. Dat hebben we wel gezegd, maar misschien hadden we ze daar nog beter in mee moeten nemen.”
Impact vergroten
Geels had graag meer tijd gehad om ontwerpkracht beter te kunnen inzetten en deelnemers zo ook beter mee te kunnen nemen: “Omdat de voorbereidingstijd voor de sessie vrij kort was, werd het proces een beetje een pressure cooker. Het is lastig om je ontwerpkracht goed te laten zien als je even in- en weer uitvliegt. Als je als ontwerper wat langer meeloopt met of meer onderdeel wordt van, kan je er meer uithalen en je impact vergoten.”
Afbeelding: Abke Geels.
City Deals zijn bij uitstek geschikt om samen te werken met ontwerpers, vindt Geels: “Juist zo'n ingewikkelde, gelaagde samenwerking over hele complexe maatschappelijke vraagstukken waarbij veel kennis wordt uitgewisseld en veel verschillende disciplines zijn betrokken, leent zich goed om ontwerpkracht op toe te passen. Hoe kan je nou echt interdisciplinair samenwerken? Daarvoor heb je andere methoden nodig. En die methoden hebben wij in onze gereedschapskist zitten. Wij maken ingewikkelde vraagstukken visueel en invoelbaar, waardoor het beter beklijft. Dat is wat ontwerpkracht is: heel goed luisteren naar wat er gezegd wordt, om dingen vervolgens te ordenen en te clusteren.”
Maatwerk
Andere City Deals die plannen hebben om ontwerpkracht in te zetten, zou Kooistra willen adviseren om het ook te gebruiken als instrument om samenwerking te ontwerpen: “Ik denk dat elk vraagstuk een andere samenwerking en een ander proces vraagt. Het is dus goed is om daarover na te denken, om zo tot innovatie te kunnen komen. Een ontwerpende aanpak helpt om uit te zoomen, om patronen uit te dagen. Wat heeft deze groep nodig? Hoe zetten we daar een stap in? Ik weet nu dat het echt een vak is, maar ook maatwerk, om dat goed te doen. We gaan nu kijken of we ontwerpkracht een structurele plek in deze City Deal kunnen geven voor de komende twee jaar. Zo kunnen we de geleerde lessen toepassen en de potentie van ontwerpkracht nog beter benutten.”
Auteur: Marianne Lamers
Volg ons:
Delen:
Experimenteren is geen risico, maar een versnelling
Beleid faalt zelden op ambitie. Het stokt vaker in uitvoering. Zeker bij een opgave die eenvoudig lijkt, maar vaak complexer is dan op het eerste gezicht gedacht: veilige routes, toegankelijke openbare ruimte, goede aansluiting op andere mobiliteitsvormen. De plannen zijn er. De intenties ook. Maar hoe zorg je dat ideeën niet blijven hangen in vergaderzalen?
In de City Deal Ruimte voor Lopen werd die vraag niet beantwoord met nog een plan, maar met ontwerpkracht. Niet eerst alles uitdenken, maar beginnen met experimenteren. Dat vraagt iets van een bestuurlijke omgeving die gewend is zekerheid voorop te stellen.
Afbeelding: Karen van der Spek. Foto: Wilmar Dik.
Een City Deal als leeromgeving
De City Deal Ruimte voor Lopen is een leeromgeving waarin gemeenten, ministeries en partners samen onderzoeken hoe het belang van een loopvriendelijke omgeving voor de gezondheid en de openbare ruimte, structureel in beleid en uitvoering verankerd kan worden. Dat gaat over infrastructuur en ruimtelijke kwaliteit, maar ook over samenwerking, besluitvorming en de snelheid waarmee besluiten tot uitvoering komen.
Karen van der Spek, programmaleider van de City Deal Ruimte voor Lopen, ziet hoe die verschillende lagen samenkomen. “Experimenteren klinkt logisch,” zegt zij, “maar in de praktijk is het spannend. We zijn gewend om eerst alles goed uit te denken. Dat geeft houvast, maar kost ook tijd.”
De City Deal is in 2025 tot halverwege 2027 verlengd. In deze laatste fase staat experimenteren nadrukkelijk centraal. De ambitie is niet alleen om pilots uit te voeren, maar om ervan te leren en ze te verankeren. “We hebben een krappe twee jaar om te experimenteren én te borgen,” aldus Karen. “Dan moet je durven beginnen, ook als nog niet alles vastligt.”
Om te voorkomen dat de ambities zouden blijven hangen in plannen en overleg, kozen de betrokken partijen er expliciet voor om ruimte te maken voor experimenten.
Leren door te doen
Tijdens een City Deal-dag op 4 december in Amsterdam werd die bestuurlijke keuze concreet gemaakt in een ontwerpsessie met ontwerpbureaus theRevolution en Reframing Studio. In plaats van plannen verder uit te werken, deden deelnemers in experimenten ervaringen op.
Afbeelding: Deelnemers aan de slag tijdens de City Deal-dag op 4 december. Foto: LinkedIn-post theRevolution
Een van de experimenten richtte zich op lopen en openbaar vervoer. Met behulp van door AI-gegenereerde foto’s werden verschillende looproutes naar OV-haltes getoond: groene paden, slecht verlichte doorgangen, professioneel ogende graffiti, donkere stegen. De vraag was niet alleen welke route esthetisch overtuigde, maar hoe die werd ervaren.
De reacties liepen uiteen. Waar een aantal mannen een professioneel graffiti-kunstwerk vooral als visueel aantrekkelijk beoordeelden, gaven vrouwen aan dat zij zich op zo’n plek minder veilig zouden voelen. Het was, zo werd gezegd, ’opgeleukt met een reden’. Wat aantrekkelijk leek, bleek niet automatisch veilig.
Voor Nienke van der Straten, social service designer bij theRevolution, lag daar precies de kern. “Als ambtenaar ben je vaak gewend om plannen in vergaderingen volledig uit te denken, vooral om risico’s te vermijden,” zegt zij. “Wij wilden laten ervaren wat de kracht van experimenteren is.”
Afbeelding: Nienke van der Straten. Foto: Marieke Odekerken
Door beelden te testen in plaats van ze alleen te bespreken, werden verschillen in perspectief zichtbaar. Karen herkende dat effect. “Je zag dat er al ontzettend veel kennis in de groep zat,” zegt zij. “Door het met een concrete werkvorm aan te pakken, kwam die kennis sneller boven tafel.”
Ontwerpen als leerstrategie
Volgens Meike Huisman, designer bij Reframing Studio, zit de meerwaarde van ontwerpkracht juist in het organiseren van zulke leerervaringen. “Ontwerpen gaat niet altijd over het bedenken van de beste oplossing,” zegt zij. “In dit geval ging het er vooral om snel te testen of een idee ook leidt tot de gewenste gedragsverandering.”
Ontwerpkracht verandert in deze context niet alleen het proces, maar brengt ook nieuwe perspectieven in. Door expliciet te kijken vanuit de eindgebruiker worden verschillen eerder zichtbaar en kunnen aannames worden getoetst voordat ze in beleid worden vastgelegd.
Dat is wezenlijk anders dan een klassiek traject waarin plannen eerst op papier worden uitgewerkt en pas later worden getoetst. Het experiment was geen formele test, maar een leerinstrument. Zoals Nienke het formuleert: “Het werkt pas als het werkt in het werk.” Pas in de praktijk wordt zichtbaar of beleid daadwerkelijk aansluit bij gedrag, routines en dagelijkse realiteit.
Van discussie naar praktijk
Ontwerpkracht verandert hoe besluiten tot stand komen. Ideeën worden zichtbaar in de praktijk, daardoor komen aannames eerder aan het licht. Dat biedt ruimte om bij te sturen voordat ze worden vastgelegd in beleid.
Die verschuiving van theorie naar beleven gaat verder dan deze sessie. Doordat mensen zien wat een idee in de praktijk doet, ontstaat eigenaarschap. Het gesprek verschuift van mening naar ervaring.
“Het geeft houvast,” zegt Karen. “Omdat je samen hebt gezien wat er gebeurt.” Experimenteren blijkt daarmee geen speelse werkvorm, maar een strategisch instrument. Het verkort de afstand tussen idee en uitvoering en maakt zichtbaar waar bijsturing nodig is, zonder dat grote risico’s worden genomen.
Klein beginnen als bestuurlijke keuze
De City Deal Ruimte voor Lopen laat zien dat verandering begint met een eerste stap. In plaats van een uitgebreid beleidsplan een ontwerpend experiment waarin ideeën zichtbaar werden gemaakt en gezamenlijk werden verkend. Een tijdelijke interventie. Een andere manier van samenwerken. “Klein beginnen is geen zwaktebod,” zegt Karen. “Het is een manier om sneller te leren. En om samen te ontdekken wat werkt.”
Het principe van klein beginnen is binnen Agenda Stad eerder verkend, onder meer in de bundel Klein beginnen, waarin wordt beschreven hoe kleinere stappen mensen in beweging brengen. Ook hier krijgt dat principe concreet vorm in de praktijk. Lees meer over de bundel.
Juist in een bestuurlijke omgeving vraagt dat moed: de bereidheid om iets te verkennen voordat alle zekerheden zijn afgedekt. Niet om zorgvuldigheid los te laten, maar om bestuurlijke zorgvuldigheid eerder in het proces in te zetten. De werksessie was daarmee onderdeel van een bredere beweging binnen de City Deal. Ontwerpkracht brengt tempo in een systeem dat geneigd is te vertragen en maakt zichtbaar wat anders verborgen blijft.
Voor andere City Deals ligt daar een duidelijke les. Experimenteren is geen risico dat je moet managen, maar een manier om sneller en gerichter te leren. Niet ondanks bestuurlijke zorgvuldigheid, maar dankzij de ruimte om klein te beginnen. Bestuurlijke zorgvuldigheid en experimenteren blijken geen tegenpolen. Ze versterken elkaar zodra je bereid bent de eerste stap te zetten.
Auteur: Ornella van der Ende
Volg ons:
Delen:
Fietsen is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt
Hoe een schoolfiets-ecosysteem ontwerpkracht in de praktijk brengt
De City Deal Fietsen voor Iedereen richt zich op mensen die geen fiets hebben of deze niet goed kunnen gebruiken. En op beleidsmakers die volgens programmamanager Monique Verhoef vaak onderschatten hoe groot deze doelgroep is. Om te onderzoeken welke rol scholen kunnen spelen in het stimuleren van fietsen, werd na een uitvraag de hulp van social designer Zoë Sluisdom van ontwerpbureau Afdeling Buitengewone Zaken (A/BZ) ingeschakeld.
Hoeveel fietsen heb je zelf? Met die vraag begint Monique Verhoef haar toelichting op de City Deal Fietsen voor Iedereen. “Heel vaak overschatten beleidsmakers hoeveel mensen in Nederland kunnen fietsen,” zegt ze. “Eén op de tien mensen van zes jaar en ouder heeft geen fiets. En één op de vijf fietst niet of nauwelijks. Dat komt deels doordat mensen geen geld hebben voor een fiets of het onderhoud. Of nooit hebben geleerd om te fietsen.”
Tegelijkertijd investeren we miljarden in fietsinfrastructuur. De fiets krijgt een steeds centralere plek in steden, vanuit gezondheid, duurzame mobiliteit en leefbaarheid bekeken. “Maar als je niet kunt fietsen of geen fiets hebt, kun je daar niet op aanhaken,” aldus Monique. “Dan wordt kansengelijkheid ineens een mobiliteitsvraagstuk.”
De City Deal Fietsen voor Iedereen wil die drempel verlagen. Niet omdat iedereen móet fietsen, “we zijn geen fietsmaffia”, maar omdat iedereen de keuze moet hebben.
De school als scharnierpunt
Een van de vragen waar de City Deal nu mee aan de slag gaat, is de rol van de school. “Als jij van huis uit niet leert fietsen, wie leert het je dan?” vraagt Monique zich af. “Er is geen vereniging waar ze je leren fietsen.” Samen met een basisschool in Rotterdam-Crooswijk, gaat de City Deal onderzoeken hoe een ‘schoolfiets-ecosysteem’ er uit zou kunnen zien. Een traject dat zich bij uitstek leent voor een ontwerpende aanpak.
De school kent veel leerlingen die in armoede opgroeien. De directeur vertrouwde Monique toe dat veel kinderen niet fietsen en ook geen fiets hebben. “Toen ik vroeg of de gymdocent fietsles geeft, zei ze letterlijk: hier heb ik nog nooit over nagedacht.” Daarmee leent de school zich goed voor het ontwikkelen van een ‘schoolfiets-ecosysteem’. In dit proces kijken school, City Deal-partners en ontwerpers samen wat werkt en wat niet werkt. Scholen weten welke kinderen dagelijks op de fiets komen en welke niet. Maar juist scholen in kwetsbare wijken hebben al veel op hun bord. “Een nieuw initiatief moet dus aansluiten bij wat er al is, zonder te overvragen.”
Met die opgave ging het ontwerpbureau aan de slag: hoe organiseer je een ‘schoolfiets-ecosysteem’ dat werkt? Hoe zorg je dat gebruikte fietsen worden ingezameld, opgeknapt en bij de juiste kinderen terechtkomen? En hoe koppel je dat aan fietslessen voor wie het nooit heeft geleerd? Kortom, hoe ontwikkel je een samenhangend systeem rondom een school waarin inzamelen, opknappen, verdelen en leren fietsen met elkaar verbonden worden? Een uitdagende opgave voor het eerste concrete ontwerpexperiment binnen de City Deal.
Niet uitstrooien
“We zitten echt nog in de beginfase; een onderzoekende fase,” zegt Monique. “We zijn gestart met een eerste verkenning en een startbijeenkomst. We hebben een begeleidersgroep waarin onder meer Stichting Leergeld, Veilig Verkeer Nederland, de Beweegalliantie, de gemeente Utrecht en het Jeugd Educatiefonds meedenken. Juist die brede betrokkenheid is essentieel. “Je wil niet dat er straks een aanpak ligt die over partners wordt uitgestrooid. Ze moeten nu al meedenken.”
Doordat bijvoorbeeld het Jeugd Educatiefonds, met zo’n 1500 aangesloten scholen, vanaf het begin betrokken is, ontstaat zicht op hoe een werkende aanpak straks breder gedeeld kan worden binnen kwetsbare wijken. Als onderbouwde werkwijze die andere scholen kunnen aanpassen aan hun eigen context.
Ontwerpen tussen systeem en leefwereld
Voor Zoë Sluisdom zit daar precies de meerwaarde van een ontwerpende aanpak. “Wij doen onderzoek met de mensen voor wie het bedoeld is,” legt ze uit. “Heel vaak wordt vanuit beleid iets bepaald waarvan wordt gedacht: dit werkt. Maar in de leefwereld kan het totaal anders zijn.” Het bureau start met deskresearch, maar zet vooral in op gesprekken en een fietspanel op schoolniveau: conciërges, ouders, gymdocenten, mogelijk buurtorganisaties en uiteraard kinderen zelf.
“We willen echt horen en begrijpen wat er speelt,” zegt Zoë. “Misschien leren we met z’n allen een band plakken. Is dat makkelijk? Of juist veel te moeilijk? Misschien ontdekken we dat een fietspanel geen goede representatie van de school is en moeten we vertragen. Dan kijken we opnieuw: wie moet er nog aan tafel komen?” Dat iteratieve karakter vraagt flexibiliteit, van iedereen.
Loslaten én vasthouden
“Je moet de controle los kunnen laten,” zegt Monique. “Als je nieuwsgierig bent naar hoe een proces zich ontwikkelt, dan is werken met een ontwerpbureau heel interessant. Maar je moet er wel voor openstaan.”
Tegelijkertijd benadrukt ze het belang van een stevige basis. “Ontwerpen is een creatief proces, maar je moet een sterke, solide opdrachtomschrijving hebben waar je op kunt terugvallen. Voordat je het weet, zijn er zoveel creatieve ideeën dat de focus zoekraakt.”
Daarom houdt het programmabureau van de City Deal het projectmanagement stevig in handen. Er zijn vaste overlegmomenten en de opdracht wordt scherp bewaakt. Ontwerpkracht betekent dus niet vrijblijvendheid, wel heldere kaders én ruimte om te experimenteren en te leren.
Een blinde vlek zichtbaar maken
Onder het experiment ligt een systeemprobleem. “Beleidsmakers gaan er ten onrechte vanuit dat bijna iedereen kan fietsen,” zegt Monique. “Maar voor een deel van de samenleving is fietsen helemaal niet zo vanzelfsprekend.”
Zoë herkent dat. “De mensen die het het meest nodig hebben, kennen vaak de routes niet naar hulp of ondersteuning. Ze weten niet waar ze een fiets kunnen laten repareren of hoe ze hulp moeten vragen.” Het ontwerptraject moet die blinde vlek zichtbaar maken. Niet alleen op schoolniveau, maar ook in beleid. Zodat meer mensen toegang krijgen tot fietslessen of het repareren van fietsen. Wanneer is de City Deal geslaagd? “Als die blinde vlek zichtbaar wordt,” zegt Monique. “En als het fysieke domein en het sociale domein elkaar weten te vinden.”
Want zonder wijkteams, buurtsportcoaches en sociale partners blijft fietsen een mobiliteitsvraagstuk. Met hen erbij wordt het een vraagstuk van toegang, vertrouwen en meedoen. “We weten wat het vraagstuk is,” zegt Monique. “Maar ik weet het antwoord niet. Anders had ik het zelf wel opgelost.”
Precies daar zit de kern van ontwerpkracht binnen deze City Deal: namelijk vooraf niet weten wat de uitkomst is, maar samen met betrokkenen een werkbaar schoolfiets-ecosysteem ontwikkelen dat daadwerkelijk aansluit bij de praktijk. En als de fiets het vervoermiddel van de toekomst is, dan moet hij óók bereikbaar zijn voor wie hem vandaag nog mist.
Auteur: Ornella van der Ende
Volg ons:
Delen:
“Ontwerpkracht onderweg van buitenboordmotor naar gangbare werkwijze”
Agenda Stad rond project ‘Loket Ontwerpkracht’ succesvol af nu werken met ontwerpkracht steeds meer deel uitmaakt van het City Deal-dna.
In deze special staan we stil bij de meerwaarde die ontwerpers hebben geleverd – en leveren – aan City en Town Deals, dankzij de bemiddeling van Loket Ontwerpkracht. De special markeert ook de start van een nieuwe fase voor ontwerpkracht binnen Agenda Stad. Vertrekkend projectleider Loket Ontwerpkracht Charlotte Moolenaar en programmamanager Agenda Stad Koen Haer, blikken terug én vooruit.
Afbeelding: Ontwerpers stellen zich voor tijdens de CoP over Innoveren en Experimenteren op 8 juli 2025. Foto: Paul Tolenaar.
Dealmakers en projectleiders van City Deals zijn steeds meer doordrongen van de meerwaarde die ontwerpers kunnen bieden in alle fasen van de deal. Inmiddels zijn in nagenoeg alle lopende City Deals ervaringen opgedaan met ontwerpkracht. Of het nu gaat om strategisch meedenken in de verkenningsfase, het ontwerpen en begeleiden van werksessies waarin deelnemers met andere ogen leren kijken naar opgaven of om andere interventies – ontwerpers en City Deals weten elkaar steeds beter te vinden. Natuurlijk is dit niet vanzelf gegaan, vertelt Charlotte. “Van toenmalig programmamanager Frank Reniers kreeg ik een aantal jaar geleden de kans om binnen Agenda een manier te ontwikkelen om de innovatiekracht van City Deals te versterken. Frank had al eerder een externe creatief strateeg betrokken. Dat deed hem inzien hoe waardevol het is om met andere ogen naar vraagstukken te kijken, bijvoorbeeld door kunst en verbeelding in te brengen. Dat gegeven hebben de creatief strateeg en ik verder uitgebouwd naar Loket Ontwerpkracht: een aanjager, makelaar, facilitator en vormgever van ontwerpkracht in City en Town Deals!
Stellingtapijt
Koen Haer, programmamanager van Agenda Stad, was destijds dealmaker van verschillende City Deals. “Voordat ik bij Agenda Stad kwam was ontwerpkracht voor mij een beetje een mystieke term, waarvan ik aanvoelde: hier kan iets gaan ontstaan, want je zet creatieve mensen in die dingen anders doen dan jij en ik. Dankzij Jurian Strik, de creatief strateeg die betrokken was bij de CoP, maakte ik kennis met ontwerpkracht. En vervolgens ook in de City Deal Openbare Ruimte, waar zelfs een ateliermeester was aangesteld als curator van een ontwerpende aanpak in deze Deal. Deze ateliermeester, Thijs van Spaandonk, gebruikte tijdens een werksessie een groot tapijt waarop je ‘stelling kon nemen’ door op een bepaalde plek te gaan staan. Toen merkte ik dat je tot andere discussies – en dus ook tot andere uitkomsten – kunt komen door vraagstukken op andere, creatieve manieren aan te vliegen.”
Kwestie van doorzetten
Afbeelding: Ateliermeester Thijs van Spaandonk.
Charlotte: “In de beginfase hebben we veel tijd besteed aan het uitleggen van ontwerpkracht. Dat was nodig, omdat we een voet tussen de deur probeerden te krijgen in lopende Deals. Tegelijkertijd was dat erg lastig, omdat je de meerwaarde van ontwerpkracht juist ervaart door het te doen! We hebben ervaren dat projectleiders het idee interessant vonden, maar inzetten in de praktijk bleek dan net niet te passen. Toch zijn we stap voor stap blijven bouwen, want het is ook een kwestie van doorzetten. Dat hebben we gedaan door kleine interventies te doen, door in een deelproject mee te draaien, door tools te ontwikkelen en door erover te blijven communiceren. Een mooi voorbeeld daarvan was de eerste Special Ontwerpkracht in 2023. Hierin besteedden we aandacht aan verschillende voorbeelden van werken met ontwerpers bij het Rijk en andere overheden. Het magazine was vooral bedoeld ter inspiratie, want een kijkje in de keuken van anderen, geeft vaak ook ideeën voor hoe je zelf iets kunt toepassen of veranderen. Ik ben er trots op dat we nu een derde magazine hebben gemaakt, dat vol staat met voorbeelden van onze eigen City Deals!
Loket Ontwerpkracht moest zorgen voor een bredere inzet van ontwerpkracht. “Daar hadden we meer ontwerpers voor nodig, ”aldus Charlotte. ”In gesprek met een aantal ontwerpbureaus ontstond het idee om een ‘vrije coalitie’ te beginnen. Deze bureaus zien het belang van anders samenwerken aan maatschappelijke opgaven en raakten enthousiast over de mogelijkheden in City Deals en Town Deals. Door samen op te trekken met collega bureaus, hebben zij ook gekozen voor het belang van de maatschappelijke vraagstukken in plaats van onderling concurrerend te zijn. Een mijlpaal was een themabijeenkomst van de Community of Practice over Innoveren en Experimenteren, in juli 2025. “Toen hebben we gezegd, alle bureaus die meedoen in de coalitie zijn erbij en faciliteren deze middag. We gaan echt samen aan de slag!” Dat heeft z’n vruchten afgeworpen, want er zijn daarna een aantal mooie samenwerkingen ontstaan. Zoals in de City Deal Duurzame voedselomgeving en Fietsen voor iedereen.
Afbeelding: Groepsfoto van de CoP over Innoveren en Experimenteren op 8 juli 2025. Foto: Paul Tolenaar.
Ontwerpcoalitie
“Er doen zeven bureaus mee in de coalitie”, vervolgt Charlotte, “en ik dank de mede-initiatiefnemers Jan Belon van Afdeling Buitengewone Zaken en Bjørn van Raaij van Zeewaardig, voor hun vertrouwen en durf om deze bijzondere samenwerking aan te gaan. En natuurlijk ook de andere bureaus die meedoen: the Revolution, MUZUS, Reframing Studio, Ko Social Design en Stby. Ik heb er alle vertrouwen in dat dankzij de samenwerking met hen het innovatievermogen van City Deals en Town Deals de komende tijd nog meer zal groeien en bloeien!”
Ook Koen, inmiddels programmamanager, speelde een belangrijke rol in de evolutie van Loket Ontwerpkracht, onder meer door City Deals structureel budget voor de inzet van ontwerpkracht op te laten nemen. “Door projectleiders te vragen jaarlijks geld voor ontwerpkracht te reserveren, geef je als programma aan dat je het serieus neemt en dat je overtuigd bent van de meerwaarde.” Zelf is Koen inmiddels doordrongen van die meerwaarde: “Ik heb ervaren dat het een enorme toegevoegde waarde is voor het werk dat wij doen. Het helpt ons om op een andere manier naar onze samenwerkingsverbanden te kijken. Daarnaast heb ik ook ervaren hoe krachtig visualisaties kunnen zijn om duidelijk te maken – of soms ter discussie te stellen – waar je mee bezig bent. Charlotte vult aan: ‘inzetten van ontwerpkracht heeft de meeste impact heeft als het al in de verkenningsfase wordt ingezet, zodat er ook strategisch, bijvoorbeeld bij het scherpstellen van de opgave van de deal, door ontwerpers kan worden meegedacht.”
Daar is Koen het roerend mee eens. “Tijdens de verkenning van een City Deal heb je vaak ook nog meer een open vraag en dus ook een open vizier. Ik denk dat ontwerpdenken juist dan heel krachtig kan zijn, als je nog niet een bepaalde fuik bent ingegaan en vast zit in een drenktrend. Ontwerpers kunnen je helpen het vraagstuk te reframen, categoriseren of uitdagen. We hebben eerder ook gezien dat als een vraagstuk al helemaal vaststaat, deals ook al heel scherp denken te hebben wat voor ‘oplossing’ ze van ontwerpers nodig hebben. En dan is er toch minder ruimte voor de ‘omdenkkracht’ die ontwerpers ook vaak meebrengen.”Overigens denk ik dat ontwerpkracht voor andere organisaties en beleidsdirecties zelfs nóg meer toegevoegde waarde heeft, omdat wij al heel erg gericht zijn op innovatie en het besef hebben dat nieuwe vormen van samenwerken nodig zijn – zie bijvoorbeeld ook het boek ‘Leve de polder’ dat onze CXO in opdracht van Agenda Stad schreef. Maar dat betekent niet dat wij er al helemaal zíjn.”
Afbeelding: Koen Haer en Charlotte Moolenaar. Foto: Paul Tolenaar.
Nieuwe fase
Agenda Stad gaat nu een nieuwe fase in met de inzet van ontwerpkracht. Het programma blijft ontwerpers via de bestaande coalitie koppelen aan City Deals, maar niet meer via het Loket Ontwerpkracht. En: zonder Charlotte, die de weg effende voor de samenwerkingen tussen deals en ontwerpers die de afgelopen jaren ontstonden. “Na enige tijd bedacht ik dat we ernaar zouden moeten streven om Loket als ‘buitenboordmotor’ te laten doorgroeien naar gangbare manier van werken in City Deals. Dat is nu grotendeels gelukt, maar dat betekent niet dat Agenda Stad achterover kan gaan leunen. Ontwerpkracht vraagt blijvende aandacht om in de volle potentie meerwaarde te kunnen bieden. Een van de aspecten waar we nog in kunnen groeien is het leren van elkaar en elkaars opbrengsten. Zo kan een gespreksleidraad die voor de City Deal Impact Ondernemen is ontwikkeld, mogelijk ook door andere City Deals worden gebruikt. En op het gebied van experimenteren zien we ook kansen om verder te professionaliseren. Dat is de reden dat ik samen met Christopher Baan een Experimenteergids heb gemaakt, als vervolg op de Ontwerpgids. Natuurlijk is zo’n gids een hulpmiddel en werkt het niet vanzelf. Daarom moeten we Deals blijven helpen om dit te vertalen naar hun eigen praktijk. Dat doen we onder andere door de CoP van 17 maart in het teken van Experimenteren te zetten en daar ook weer alle bureaus uit de coalitie bij uit te nodigen.
Blik op de toekomst
Dus hoe nu verder, mét ontwerpkracht, maar zonder loket? Charlotte: ”Goed in contact blijven met Dealmakers en projectleiders, alert blijven op kansen, inspiratie blijven halen van buiten en de samenwerking met de coalitie verder uitbouwen. Janneke ten Kate van Platform31 zal daarin een belangrijke rol spelen. En zoals ik al aangaf: het verder professionaliseren van het van elkaar leren, waar collega en dealmaker Christopher Baan zich voor gaat inzetten. En ik hoop natuurlijk dat de nieuwe Afdeling Regio en Stad waar Agenda Stad deel van uitmaakt, ‘aangestoken’ zal raken door de lessen die door Agenda Stad zijn opgedaan en ook de potentie en meerwaarde van ontwerpkracht zal gaan benutten.”
Koen: “Ontwerpen blijft een vak apart en we schakelen ontwerpers juist ook in omdat zij anders kunnen denken dan we als rijksambtenaren vaak doen. Maar tegelijkertijd is mijn ambitie dat we bij Agenda Stad, de eigen skill set van dealmakers en projectleiders blijven ontwikkelen als het om ontwerpkracht gaat. Het gedachtegoed zit in ons repertoire, maar we kijken voor het toepassen vaak meteen naar externe partijen. Ik denk dat we ons, met name rond het signaleren van kansen en vinden van bijpassende interventievormen, nog verder kunnen bekwamen. Voor de begeleiding zelf blijven we natuurlijk graag de expertise van ontwerpprofessionals inzetten. Nu we liefdevol afscheid nemen van ons ‘Loket’ Ontwerpkracht en een stevige ontwerpcoalitie hebben, kunnen én moeten we de transitie maken van ‘vraaggerichte’ inzet van ontwerpkracht naar proactief kansen signaleren en benutten. We zijn Charlotte ontzettend dankbaar voor alles wat er nu staat en ik heb er alle vertrouwen in dat we met Janneke van Platform31 en de inzet van Christopher voor het leervraagstuk, een stevige vervolgstap kunnen zetten.”
Auteur: Evan Schaafsma
Volg ons:
Delen:
Het obstakel is de weg
In bijna elk traject komt er vroeg of laat een moment waarop iemand zegt: “Dit werkt niet.” Een sessie loopt vast. Een experiment levert niet op wat we hoopten. Een nieuwe werkwijze blijkt in de praktijk moeilijker dan gedacht. Op zo’n moment voelt het alsof het proces ontspoort, alsof we ergens een verkeerde afslag hebben genomen. Maar in een ontwerpende aanpak is dat moment vaak precies waar het interessant wordt.
Leren van de toekomst terwijl die zich aandient
Bij complexe maatschappelijke vraagstukken kun je meestal wel een richting bepalen, maar niet de hele route vooraf uitstippelen. Die ontstaat vaak terwijl je al onderweg bent. Als verschillende partijen samen proberen beweging te krijgen rond een ingewikkeld vraagstuk, ontdek je gaandeweg waar de weg eigenlijk loopt.
In mijn vorige artikel voor dit magazine schreef ik al dat City Deals in de kern relaties zijn: samenwerkingen tussen partijen met verschillende belangen, werkwijzen en verwachtingen. In zulke samenwerkingen zijn we vaak gewend om eerst te onderhandelen over een eindbeeld en dat vervolgens vast te leggen in plannen en afspraken. Een ontwerpende aanpak vertrekt vanuit een streefbeeld: een richting die uitnodigt om al doende te verkennen welke routes mogelijk zijn.
De organisatiedenker Otto Scharmer beschrijft dat mooi: bij complexe vraagstukken leer je van de toekomst terwijl die zich aandient. Je beweegt niet in een rechte lijn van analyse naar oplossing, maar kijkt steeds opnieuw wat er gebeurt, wat dat betekent en wat dat van je vraagt.
Dat klinkt logisch. In de praktijk voelt het vaak anders. Want wat je onderweg tegenkomt voelt zelden als leren. Het voelt meestal als gedoe.
Obstakels zien als informatie in plaats van belemmering
Een traject dat ik met collega’s deed rond de begeleiding van mensen met een bijstandsuitkering begon veelbelovend. De kern van de nieuwe werkwijze was eenvoudig. Werkcoaches zouden mensen niet langer benaderen als een dossier dat beoordeeld moet worden, maar als iemand met talenten en mogelijkheden. In plaats van “de gemeente bepaalt wat goed voor u is”, werd het uitgangspunt: we verkennen samen welke stap voor u past.
In experimenten werkte dat verrassend goed. Mensen die soms nog nooit hadden gewerkt, raakten gemotiveerd zodra ze zicht kregen op kansen. Sommigen stroomden zelfs door naar een baan.
Maar daarna begon het te schuren. De IT-applicatie die de nieuwe werkwijze moest ondersteunen liep vertraging op. Werkcoaches moesten ondertussen wel al anders werken, maar zonder de hulpmiddelen die dat makkelijker maakten. Het enthousiasme begon af te nemen. Voor veel coaches voelde de nieuwe aanpak vooral als extra werk. Tegelijkertijd bleef het vanuit het management stil, omdat er nog te veel onduidelijkheid was over wie waarvoor verantwoordelijk was en hoe het nieuwe werken precies geborgd moest worden.
Obstakel op obstakel
Op dat moment kun je twee dingen doen. Je kunt concluderen dat het traject mislukt is, of dat de verandering te ingewikkeld blijkt. Of je kunt je afvragen wat dit ons eigenlijk vertelt over wat we proberen te bereiken.
Dat tweede bleek hier het meest waardevol. Want de obstakels wezen ons op iets wat we eerder nog niet ver genoeg hadden uitgewerkt. We hadden een nieuwe werkwijze ontworpen, maar nog niet scherp genoeg gemaakt wat er organisatorisch nodig was om die werkwijze te laten landen. De organisatie verwachtte concreetheid, terwijl wij er deels vanuit gingen dat we sommige bruggen wel zouden oversteken als we er eenmaal waren.
Dat is een bekend spanningsveld in ontwerptrajecten. Soms moet je onderweg een brug slaan voordat je precies weet hoe die eruit zal zien. Soms bouw je delen van die brug terwijl je er al overheen loopt. In dit geval leerden we dat sommige stukken eerder zichtbaar moesten worden.
Oftewel: wat voelde als een obstakel, bleek een aanwijzing over hoe we verder moesten.
Wat ontwerpers anders doen
Dit is een van de kenmerken van een ontwerpende aanpak. Je gaat aan de slag met een richting voor ogen, maar je weet nog niet precies welke stappen daarheen leiden. Juist daarom werk je met experimenten, prototypes en iteraties. Niet omdat het antwoord nog niet scherp genoeg is bedacht, maar omdat je weet dat je onderweg dingen zult ontdekken die je vooraf niet kunt zien.
Ontwerpers zijn daardoor minder bang voor wat niet werkt. Niet omdat mislukking prettig is, maar omdat het vaak de snelste manier is om te begrijpen wat er echt speelt. In complexe vraagstukken zit belangrijke informatie zelden in het plan. Die wordt zichtbaar zodra ideeën de werkelijkheid raken en je merkt waar het schuurt.
Dat geldt ook voor samenwerkingen tussen verschillende partijen. Verschillen in taal, werkwijze of verwachtingen worden vaak pas duidelijk wanneer je samen iets probeert te realiseren. Wat eerst voelt als een blokkade, blijkt dan een aanwijzing over wat er nog ontbreekt in het gezamenlijke begrip of in de manier van samenwerken.
Wat dit vraagt van de samenwerking
Die manier van werken vraagt iets van iedereen die bij zo’n traject betrokken is: ontwerpers, opdrachtgevers en partners. Allereerst vraagt het dat je onzekerheid kunt verdragen. Als je vooraf precies wilt weten hoe het traject zal verlopen, wordt een ontwerpende aanpak lastig. Want sommige inzichten ontstaan pas wanneer je onderweg een stap zet.
Daarnaast vraagt het ruimte om te experimenteren: kleine stappen zetten, kijken wat er gebeurt en daarvan leren. Dat betekent soms ook accepteren dat iets niet meteen werkt.
En misschien wel het belangrijkste: het vraagt dat obstakels niet meteen worden gezien als bewijs dat het proces faalt. In samenwerkingen rond maatschappelijke vraagstukken zijn obstakels vaak signalen. Ze laten zien waar aannames niet kloppen, waar systemen botsen met de praktijk, of waar partijen elkaar nog niet goed verstaan.
Wie die signalen serieus neemt kan bijsturen. Wie ze probeert weg te organiseren, mist vaak precies de inzichten die nodig zijn om verder te komen.
Het is goed om stil te staan bij wat schuurt
In mijn vorige artikel schreef ik dat de kracht van City Deals uiteindelijk ligt in de relaties tussen de betrokken partners. Niet in het contract of de handtekening, maar in hoe mensen samen blijven zoeken naar wat werkt. Een ontwerpende aanpak sluit daar goed op aan. Omdat die niet probeert alles vooraf vast te leggen, maar ruimte laat om gaandeweg te ontdekken wat nodig is.
Juist daarom is het goed om af en toe stil te staan bij wat er schuurt. Want wat in eerste instantie voelt als een obstakel, blijkt achteraf vaak precies het punt waarop je iets wezenlijks begint te begrijpen.
Over de auteur
Boudewijn Bugter is innovatieadviseur en oprichter van advies- en ontwerpbureau theRevolution. Bij theRevolution geloven we in een overheid die continu in verbinding staat. Die werkt vanuit relaties in plaats van regels. We geloven dat zo'n overheid effectiever kan werken aan de grote opgaven. Aan een solide menselijk fundament (bestaanszekerheid, ontwikkeling/onderwijs, veilig opgroeien). Aan samen bouwen aan de maatschappij, mét de maatschappij. Aan het toekomstvast maken van zorg. En aan responsieve publieke diensten en inclusief, rechtvaardig beleid. Daar helpen we graag bij.
Volg ons:
Delen:
Colofon
De Specials Ontwerpkracht zijn uitgaven van het interbestuurlijke innovatieprogramma Agenda Stad. In deze specials vind je artikelen en interviews waaruit blijkt wat de meerwaarde kan zijn van het incorporeren van ontwerpkracht in de beleidsvorming van de overheid. En hoe steeds meer onderdelen van Rijk en gemeente dat al goed benutten.
De artikelen in de specials zijn geschreven door Pieter Verbeek (Special 1 en 2), Marianne Lamers en Ornella van der Ende (Special 3). Met uitzondering van de columns. De eindredactie van de specials was in handen van Charlotte Moolenaar en Evan Schaafsma.
Neem bij vragen over ontwerpkracht of over Agenda Stad contact met ons op via postbus.agendastad@minbzk.nl, of neem een kijkje op Agendastad.nl, waar je je ook kunt abonneren op onze nieuwsbrief.
Het programma Agenda Stad werkt in nauwe samenwerking met de koepels G4, G40, M50, K80 en P10, VNG en IPO, het Netwerk Kennissteden Nederland en Platform31. Agenda Stad is onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Toegankelijkheid
Deze website is op 26 maart 2025 getest door Cardan Technology op basis van WCAG 2.1 niveau AA. Uit de test is gebleken dat agendastad.nl gedeeltelijk voldoet aan de op dat moment gestelde eisen.
Zoals in het rapport te lezen is, zijn er nog wel verbeterpunten. Deze verbeterpunten worden in 2025 doorgevoerd in de website. De artikelen die je leest in de magazines, zijn doorgaans ook in een toegankelijke vorm te vinden op Agendastad.nl.
Cookiebeleid
Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina's van deze website wordt meegestuurd en door je browser op de harde schijf wordt opgeslagen. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd worden.
Cookies in- en uitschakelen
Meer informatie omtrent het in- en uitschakelen en het verwijderen van cookies kan je vinden in de instructies en/of met behulp van de Help-functie van jouw browser.
Agenda Stad hanteert het cookie- en privacybeleid van de rijksoverheid. Lees meer op Rijksoverheid.nl.